De Geschiedenis


In tegenstelling tot de meeste andere paardenrassen, is de Tinker nu eens niet vernoemd naar het gebied van oorsprong, maar naar de bevolkingsgroep die ze het eerst gebruikte. Het woord Tinker was en is in Ierland en Engeland een scheldnaam voor ketellappers. Het Ketellappersvolk was vroeger een rondzwervend volk dat zich bezig hield met het repareren van ketels.
Dat waren voornamelijk Engelse en Ierse zigeuners die als ketellapper hun brood verdienden, zij werden Tinkers genoemd en zo ontstond de naam van de paardjes die ze voor hun armzalige wagens en huifkarren spanden.

De bonte paardjes waren niet geliefd in de diverse stamboeken, die het land rijk was. Daarom konden de Zigeuners, die al niet zo veel geld hadden, de paardjes voor weinig geld kopen.
Het ras Tinker had toen nog geen stamboek.
Door hun bonte kleuren waren ze voor de zigeuners goed te herkennen en waren ze goed zichtbaar in het donker.
Van hun afkomst is niet zoveel bekend, omdat de zigeuners wel eens hengsten bij wildvreemde uit het land haalde om hun merries te laten dekken.
In Nederland is het eerste stamboek in 2000 opgericht, en daarna volgde ook het 2e stamboek:
Het Nederlands Stamboek Voor Tinkers en de Irish Cob Society Nederland

In het verleden zijn er heel veel verschillende bloedlijnen gebruikt om de Tinker te laten worden wat hij nu is, de meest voorkomende zijn: Shire, Dales, Fell, Clydesdale, maar er zullen er waarschijnlijk nog veel meer zijn.

Copyright © 1999-2020 / All Rights Reserved / Tinkerstal van de Gorterstraat